Gezond Eten

Waarom vezels nu de nieuwe eiwitten zijn

· 6 min leestijd

Twee jaar lang draaide alles om eiwitten. Kwark met een extra schep proteinepoeder, brood met eiwitclaim op de verpakking, repen die meer weg hadden van een supplement dan van een snack. Die golf is nog niet voorbij, maar er dringt zich een nieuwe ster naar voren op het bord: vezels. NOS berichtte onlangs dat vezels de nieuwste eettrend zijn, en wie een beetje oplet op sociale media en in de supermarkt ziet het al: havermout met chiazaad, linzensoep, volkoren alles.

Het opvallende is dat deze trend niet uit het niets komt aanwaaien zoals sommige TikTok-diëten. Vezels zijn saai, wetenschappelijk onderbouwd en al decennia bekend als gezond. Dat ze nu ineens hip zijn, zegt vooral iets over hoe ver we ervan af zaten.

Waarom vezels ineens overal opduiken

Het Voedingscentrum raadt 30 gram vezels per dag aan voor volwassenen. De gemiddelde Nederlander komt uit op ongeveer 21 gram, ruim een derde onder het advies. Dat gat is de reden dat voedingswetenschappers en diëtisten al langer aan de bel trekken, en dat die boodschap nu eindelijk doordringt buiten de vakliteratuur.

Er speelt ook iets anders mee. Na jaren van eiwitrijke shakes en bewerkte proteinesnacks groeit de vermoeidheid met producten die vooral marketing zijn en weinig met echt eten te maken hebben. Vezels voelen als een tegenbeweging: bonen, groenten, volkoren granen, dingen die je oma ook al at, geen poeder in een scoopje.

Hoeveel vezels heb je eigenlijk nodig

Volgens het Voedingscentrum ligt de aanbevolen hoeveelheid op 30 tot 40 gram per dag, afhankelijk van je energiebehoefte. Ter vergelijking: een snee volkorenbrood levert ongeveer 2 gram, een appel met schil circa 3 gram en een portie linzen kan zomaar 8 gram opleveren. Je merkt meteen dat je met een paar boterhammen en wat fruit niet in de buurt komt.

Vezels doen meer dan alleen je spijsvertering op gang houden. Ze vertragen de opname van suikers in je bloed, houden je langer verzadigd en voeden de bacterien in je darmen die weer invloed hebben op je immuunsysteem en zelfs je stemming. Wie wil bouwen aan een gebalanceerd dieet, komt dus niet om vezels heen.

Deze producten leveren de meeste vezels

Niet alle vezelbronnen zijn even praktisch om dagelijks te eten. Een paar die makkelijk in je week passen:

  • Peulvruchten: linzen, kikkererwten en bonen leveren per portie de meeste vezels van alle veelgebruikte producten.
  • Volkoren granen: havermout, volkoren pasta en zilvervliesrijst in plaats van de witte variant.
  • Groenten met schil: wortel, courgette en aardappel met schil bevatten meer vezels dan geschilde varianten.
  • Noten en zaden: chiazaad en lijnzaad zijn compacte vezelbommen, al gaat het om kleine hoeveelheden.
  • Fruit met schil: appels, peren en bessen, liefst niet geperst tot sap want dan verdwijnt het meeste vezel.

Wie op zoek is naar meer van dit soort voedzame basisproducten kan ook eens kijken naar wat er allemaal onder superfoods valt, al is de eerlijke conclusie meestal dat gewone groenten en peulvruchten net zo goed werk doen.

Zo bouw je vezels rustig op

Een veelgemaakte fout is in een paar dagen van 21 naar 35 gram vezels gaan. Dat voelt logisch als je net hebt gelezen dat je tekortkomt, maar je darmen hebben tijd nodig om te wennen. Een plotselinge vezelbom levert vaak een opgeblazen gevoel, buikpijn of juist het tegenovergestelde effect op wat je wilde bereiken.

Bouw het liever op over twee tot drie weken. Voeg elke paar dagen een nieuwe bron toe: deze week havermout bij het ontbijt, volgende week een handje linzen door de soep, de week daarna volkoren pasta in plaats van wit. Drink er genoeg water bij, want vezels hebben vocht nodig om goed door je systeem te bewegen. Zonder die combinatie werkt het averechts.

Wat dit betekent voor je boodschappenlijst

Je hoeft niet ineens alles om te gooien wat je nu eet. Kijk gewoon kritisch naar drie dingen die je wekelijks koopt: het brood, de rijst of pasta, en het fruit. Vervang de witte variant waar mogelijk door de volkoren of ongeschilde versie, voeg een keer per week een peulvruchtengerecht toe aan je menu en je zit al een stuk dichter bij die 30 gram.

Het mooie aan deze trend is dat hij, in tegenstelling tot veel voedingshypes, weinig kost en makkelijk vol te houden is. Geen dure poeders, geen ingewikkelde regels. Gewoon iets meer bonen, iets meer volkoren, iets minder wit. Je darmen zullen het je nadragen, op de goede manier.

S
Geschreven door Samira Benali Food redacteur

Samira groeide op in een keuken waar haar Marokkaanse moeder en haar Nederlandse vader allebei de scepter zwaaiden, wat resulteerde in een unieke culinaire opvoeding waarin couscous en stamppot vreedzaam naast elkaar bestonden. Ze schrijft recepten die lukken, ook als je geen keukenprins of -prinses bent en je rookmelder als kookwekker gebruikt. Haar Marokkaans-Nederlandse achtergrond maakt haar keuken verrassend en toegankelijk: denk aan harissa in de pasta of komijn in de groentesoep. Samira test elk recept minstens twee keer voordat het online gaat, want ze vindt niets erger dan een recept dat er mooi uitziet op foto maar in de praktijk niet werkt. Ze gelooft dat de beste gerechten degene zijn die je met liefde maakt en zonder stress op tafel zet, zelfs als het resultaat er net iets anders uitziet dan op het plaatje.